Openbaar Primair onderwijs in Alblasserdam


Go to content

Main menu:


Daltongids

'tNokkenwiel > Dalton

Basisschool ’t Nokkenwiel op weg naar Daltonschool

Informatie voor ouders van (toekomstige) leerlingen van basisschool ‘t Nokkenwiel


1. Een Daltonschool: Gewoon, anders of bijzonder?

Een Daltonschool is een heel gewone basisschool. Wat maakt de Daltonschool dan zo anders, zo bijzonder?

Daltononderwijs is eigenlijk een verzamelnaam voor alle scholen, zowel in het basis- als voortgezet onderwijs die in hun rooster naast de gebruikelijke instructies en klassen-momenten ook tijd inruimen voor het werken aan een dag- en/of weektaak. Bij Daltononderwijs neemt naast de inhoud en de leerkracht ook de medeleerling een belangrijke plaats in. Men gaat uit van de drie Daltonprincipes zelfstandigheid, samenwerking en vrijheid (in gebondenheid).

In het hedendaagse onderwijs worden steeds meer bezwaren aangedragen tegen het klassikaal frontaal onderwijs. De voornaamste reden: in de huidige complexe maatschappij dient elk kind naast feitenkennis te beschikken over de nodige sociale vaardigheden. Wij gaan steeds duidelijker beseffen dat kinderen door hun eigen unieke mogelijkheden enorm in aanleg van elkaar verschillen.
De consequentie hiervan is dat de leerkracht zich steeds meer moet gaan richten op het individuele kind.
Deze trend heet ‘kindgericht onderwijs’ of ‘onderwijs op maat’.
Het ligt voor de hand dat het verzorgen van ‘kindgericht onderwijs’ zich moeilijk laat realiseren in traditioneel klassikaal onderwijs. Eén van de mogelijke oplossingen ligt in het Daltononderwijs, waarbij de leerkracht rekening kan houden met de aanleg en/of het tempo van het individuele kind. Met andere woorden: ‘kindgericht werken’ zit bij de Daltonschool als het ware ‘ingebakken’!


2. Het ontstaan van het Daltononderwijs

Het Daltononderwijs bewijst al honderd jaar lang haar waarde. De onderwijsvorm is gebaseerd op de ideeën van de Amerikaanse pedagoge Helen Parkhurst (1886-1973). Haar ideeën over individuele en niet-klassikale ontplooiing van kinderen baseerde ze op haar ervaringen als leerkracht.
In 1905 werkte ze op schooltjes met slechts één klas. Daar kreeg zij te maken met 40 kinderen in één klas verdeeld over 8 leerjaren. Vanzelfsprekend was normaal lesgeven volstrekt onmogelijk. Daarom koos zij voor een aanpak met een gedeelte zelfstudie. Zij overlegde met de kinderen over wat hun eigen verantwoordelijkheid zou kunnen zijn en de rol van de leerkracht. Eén en ander werd vervolgens schriftelijk vastgelegd in een soort van contract: ‘de taak’. De kinderen beloofden bij dit contract dat zij aan hun ‘taak’ zouden werken en die op tijd af zouden hebben. Helen Parkhurst beloofde de kinderen hulp te bieden indien dit noodzakelijk was. In de eerste instantie ging het Helen Parkhurst dus om praktische oplossingen om de efficiency van het onderwijs te verhogen.
In die situatie was zelfstandig werken noodzakelijk, maar al snel raakte ze ervan overtuigd dat deze aanpak voor alle kinderen goed was. Tussen 1913 en 1915 werkte Parkhurst in Italië met de beroemde pedagoge Maria Montessori en kregen haar ideeën een pedagogische grondslag. Enkele jaren later legde ze haar visie op onderwijs vast in het boek 'Education on the Dalton Plan' (1922).
Later werden haar ideeën toegepast in de State High School in Dalton (Massachusetts). Naar deze plaats is het Daltononderwijs genoemd.

Kenmerkend voor het Daltononderwijs is dat het zich steeds aanpast aan de veranderende eisen en verwachtingen van de samenleving. De principes vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerking blijven overeind, maar hebben door de jaren heen andere accenten gekregen.

3. De Daltonprincipes

Ook voor Helen Parkhurst was, zoals voor vele andere bekende pedagogen uit het begin van de twintigste eeuw, het ‘kind-zijn’ onlosmakelijk verbonden met het ‘spelen-in-de-wereld-zijn’. Uitgaande van dit kind dat graag speelt, in dit spel zichzelf opdrachten stelt en bij dit spel nu eens niet en dan weer wel het gezelschap van kameraadjes zoekt, kwam Helen Parkhurst tot de volgende drie basisprincipes:

a) zelfstandigheid
b) samenwerking
c) vrijheid (in gebondenheid)

Door de Daltonvereniging toegevoegd:

d) verantwoordelijkheid + verantwoording afleggen

Nu, na vele ontwikkelingen, is de Daltonvereniging zelf met een 4e punt gekomen dat voort vloeit uit
a, b en c nl. verantwoordelijkheid (zie website www.Dalton.nl). Zonder verantwoordelijkheid zijn a, b en c onmogelijk.
Deze basisprincipes gelden als de uitgangspunten van het Daltononderwijs en hebben als doel leer- en leefklimaat op elkaar af te stemmen.
Zowel voor de leerkracht als het kind zijn dit belangrijke en wezenlijke oriëntatiepunten. Al vanaf de dag dat een vierjarige naar school komt, wordt hij/zij geconfronteerd met deze uitgangspunten. Al snel blijkt dat ook de jonge kinderen begrijpen wat er van hen verwacht wordt!

Een school die volgens de Daltonprincipes werkt, schept ruimte en geeft de kinderen de
gelegenheid om zelfstandig of  samen te werken aan een afgesproken taak. Het leven van het
kind in de school moet zoveel mogelijk aansluiten bij het leven buiten school. De basis-
principes: zelfstandigheid, samenwerking, vrijheid (in gebondenheid) en verantwoordelijk-
heid vormen het uitgangspunt, dat prikkelt om onderwijs zo vorm te geven, dat elk kind zich
prettig voelt in de school en daar ook wil leren.

a) Zelfstandigheid

Het principe van de zelfstandigheid sluit aan bij het gegeven dat veel kinderen actief en zelfontdekkend bezig willen zijn. Hun leerplezier verdwijnt vaak wanneer zij verplicht worden gedurende een groot gedeelte van de schooldag te luisteren.
Tijdens een vaak nog groter gedeelte van de schooldag moesten de leerlingen de lesstof ‘herkauwen’, die de leerkracht al tot in den treuren heeft uitgelegd en voorgedaan.
Bij het Daltononderwijs leiden de klas- of groepsinstructies vaak tot zelfstandige leeropdrachten. De richting van een mogelijke oplossing wordt soms aangegeven en later door de kinderen zelf uitgewerkt. Evaluatie neemt een belangrijke rol in.
De dag- en/of weektaak moet ruimte bieden voor dit ‘zelfontdekkend leren’ en ‘bezig zijn’. Het samenstellen van de dag- en/of weektaken houdt dan ook voor de leerkracht veel meer in dan het uitzoeken van enkele vraagstukjes of thema’s.
Het vereist inzicht in de opbouw van de leerstof en aandacht voor de leermogelijkheden van het kind. Een goed en met zorg samengesteld takenpakket leidt als het ware op een natuurlijke wijze tot differentiatie.
 
b) Samenwerking

Het principe van de samenwerking is wellicht het duidelijkste onderdeel waarin de levensechtheid van het Daltononderwijs te herkennen valt. Het zou immers van een levensvreemdheid getuigen, wanneer de school bij de vorming van de kinderen géén rekening zou houden met wat in de ons omringende maatschappij voor de ideale werkvorm wordt gehouden: het samenwerken en het leren functioneren in teamverband.
Overal in het leven zal blijken dat een mens ondanks zijn vrijheid en zelfstandigheid niet zonder zijn medemens kan. Een medemens om te steunen en om steun van te krijgen. Een medemens kan de grens van de persoonlijke vrijheid mede bepalen.
De grens van de individuele vrijheid wordt altijd gevormd door de vrijheid van een ander. Daarom is het kunnen samenwerken een belangrijke vaardigheid voor het goed kunnen functioneren als mens.
 
Met deze uitgangspunten menen wij de kinderen een duidelijke meerwaarde te verschaffen, waardoor ze met een goed gevulde gereedschapskist de wereld in trekken:
 
· Een wereld waarin vervolgonderwijs een rol heeft, niet alleen het traditionele huiswerk maken, maar
ook de grotere verantwoordelijkheid voor studieopdrachten.
· Een wereld waarin we een plek krijgen als beroepsbeoefenaar, waar mensen worden gewaardeerd
om hun initiatief, verantwoordelijkheidsgevoel en creativiteit in overlegsituaties met collega’s,
opdrachtgevers en instanties.
· Een wereld waarin je medeburger bent en waarin je betrokkenheid voelt waarbij je je actief in wilt
zetten voor de samenleving en de mensen die het nodig hebben.
 
Onze school is een plaats om te leren, te spelen en te leven.
De onderlinge verbondenheid van mensen dient voorop te staan en niet de klas of groep als een veelheid of optelsom van individuen. Overigens is het zo: samenwerken mag tijdens het taakwerk, maar hoeft beslist niet, behalve bij verplichte opdrachten. Wij stimuleren de kinderen wel in deze richting.


c) Vrijheid (in gebondenheid)

Het principe van vrijheid geldt altijd ‘in gebondenheid’. Vrijheid op een
Daltonschool betekent: keuzevrijheid, altijd verbonden met verantwoordelijkheid voor
de gemaakte keuze.

Vrijheid op een Daltonschool betekent voor de kinderen:

· Met welk vakgebied zal ik beginnen?
· Hoeveel tijd zal ik aan het gekozen vakgebied gaan besteden?
· Werk ik alleen of werk ik samen met een klasgenoot?
· Waar ga ik werken, in het klaslokaal of in een andere, wellicht meer geschikte ruimte?
· Vraag ik hulp van de leerkracht of probeer ik het zelf?

Vrijheidsbeleving moet samen gaan met een verantwoordelijkheidsgevoel voor het
eigen functioneren. De beperking van de vrijheid ligt enerzijds in de opgelegde
opdracht: ‘de taak’ en anderzijds in ‘het dragen van verantwoordelijkheid’ dat het kind
krijgt toebedeeld. Vrijheid betekent op een Daltonschool zeer beslist niet ‘rommel
maar wat aan’! Een kind is vrij om te kiezen welke leerstof het wil doornemen en in
welke volgorde. Het kind kiest zelf zijn hulpbronnen, werkt samen of individueel en
deelt zelf zijn taak in.

d) Verantwoordelijkheid + verantwoording afleggen

Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het één kan niet zonder het ander. Het Daltononderwijs ziet een mens/kind als een persoon die zelf mag en kan kiezen, maar die voor de gevolgen van zijn keuzes zelf de verantwoordelijkheid draagt.
Uitgangspunt is het vertrouwen in de eigen kracht van ieder kind. De leerkracht en leerling maken samen afspraken over de leerstof. De leerling schat zelf in wat het nodig heeft om een taak te kunnen doen en in hoeveel tijd. Achteraf legt het verantwoording af aan de leerkracht.
 
4. Het Daltononderwijs voor ieder kind geschikt?

Binnen het Daltononderwijs werken de kinderen aan een dag- en/of weektaak. Deze manier van werken biedt de mogelijkheid rekening te houden met het tempo en de aanleg van het individuele kind. Een kind waarvan ‘bewezen’ is dat het de basistaak niet
aankan, krijgt een aangepaste taak. Een kind dat méér aankan krijgt eveneens een aangepaste taak. Verreweg de meeste kinderen zullen in de praktijk de gewone dag- en/of weektaken aangeboden krijgen. Op deze manier is de Daltonschool in staat meer ‘kindgericht’ te werken.

Op de vraag of Daltononderwijs voor ieder kind geschikt is kan dan ook bevestigend geantwoord worden. Door de ideale mix van instructie en werken aan de taak ontstaat een onderwijsnorm die ruimte biedt aan alle kinderen!

5. De Daltonschool en eigen werkplek.

In een Daltonschool kunnen de kinderen taken, werkjes of opdrachten maken op een door hun zelf gekozen werkplek. Deze werkjes en opdrachten kunnen in de klas, op de gang e.d. worden gemaakt. De materialen bevinden zich op een geschikte plaats in het leslokaal, zodat het kind het zelf kan pakken.
Bij de samenstelling van de dag- en/of weektaak is rekening gehouden met het tempo en de aanleg van het individuele kind. Bovendien mag het kind zelf bepalen met welke opdracht het wil beginnen tijdens de dag- en/of weektaak. De spelregel blijft echter: de dag- en/of weektaak moet wel ‘af’ komen!
Weer een voorbeeld van vrijheid in gebondenheid.

6. De Daltonschool en de registratie en de controle van het werk.

De verantwoordelijkheid voor het eigen handelen, staat hoog in het vaandel bij de Dalton-school.
De kinderen dienen zich verantwoordelijk te weten voor hun werk, de taak, de mede-leerlingen, de materialen, de gebouwen en de (school)omgeving. In verband hiermee plannen, corrigeren en registreren de kinderen dan ook zelf een groot gedeelte van de dag- en/of weektaak.
Wij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de kinderen. Dit geldt zowel voor opdrachten binnen de taak als opdrachten daarbuiten.
Zelfcorrectie heeft een aantal voordelen:


· Het kind krijgt meteen feedback op zijn werk. Het hoeft niet te wachten tot hij het werk pas later
terugkrijgt van de leerkracht.
· Het heeft een duidelijk leereffect, omdat het kind, als het een fout ontdekt, zich meteen zal afvragen
hoe deze fout kon ontstaan.
· Het geeft de kinderen hierdoor beter inzicht in wat ze zelf kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten
vragen van de leerkracht.
 
Al vanaf groep 3 mogen de kinderen bepaalde opdrachten zelf corrigeren. Met name dictees en rekenopdrachten lenen zich daar al snel voor. Naarmate de kinderen ouder worden is er steeds meer mogelijk. Het streven is om de kinderen zo veel als mogelijk is of ze aankunnen, zelf te laten corrigeren.
De groepsleerkracht moet dat uiteraard voor de eigen groep steeds opnieuw inschatten.
Hierbij gelden wel een aantal afspraken:


· Toetsen worden nagekeken door de leerkracht.
· Regelmatig neemt de leerkracht steekproeven en/of observeert de kinderen tijdens het werken.
· De leerkracht werkt ‘op maat’. Dat wil zeggen dat er per leerling gekeken wordt of zelfstandig
nagekeken kan worden en/of de leerling over de benodigde vaardigheden beschikt om succesvol te
kunnen nakijken. Een kind dat liever de antwoorden overschrijft of erg onzorgvuldig is, kan blijkbaar
minder vrijheid aan en moet ondersteund en gecontroleerd worden.
· Er kunnen verschillende correctievormen worden gebruikt, zoals nakijken in tweetallen, nakijken door
maatjes, nakijken samen met leerkracht, klassikale correctie en nabespreking of nakijken in tweetallen
zonder nakijkboek, zodat er sprake is van vergelijken en uitleggen aan elkaar hoe men tot een
oplossing is gekomen.

Zelf nakijken vraagt een bepaalde houding van de kinderen. De kinderen moeten zich realiseren dat je werk nakijkt om er iets van te leren en niet om zoveel mogelijk krullen in je schrift te verzamelen.
Als leerkracht moeten we de kinderen deze houding aanleren. We moeten ze tevens leren dat ze hulp of uitleg moeten vragen, zodra ze merken dat er sprake is van te veel fouten.
 
7. De Daltonschool en het vervolgonderwijs

Het Daltononderwijs bereidt goed voor op het voortgezet onderwijs.
De op het voortgezet onderwijs benodigde zelfstandigheid en de vaardigheden op gebied van plannen en zelfstandigheidontwikkeling, hebben immers een aantal jaren centraal gestaan. Daarnaast zijn de kinderen veelal gewend om met een zekere vrijheid om te gaan. Deze vrijheid zal in het voortgezet onderwijs veel vaker voor komen.
Na een Daltonschool hoeft het kind echter niet in alle gevallen naar een Daltonschool voor voortgezet onderwijs te gaan. Daltononderwijs sluit naadloos aan bij iedere vorm van voortgezet onderwijs.

8. Waarborging van de kwaliteit en vernieuwingen op onderwijsgebied

Daltononderwijs kent een kwaliteitskeurmerk.
Dit gegeven wordt bewaakt door de Nederlandse Dalton Vereniging (NDV) en wordt iedere 5 jaar herzien. Bij de eerste meting door de Daltonvereniging is gebleken dat we al erg goed op weg zijn. De komende jaren zullen in het teken staan van een verdere ontwikkeling o.a. door scholing van het team.

De ontwikkeling en vernieuwing op het gebied van het Daltononderwijs ligt in handen van de directie in samenspraak met de Daltonwerkgroep bestaande uit vijf leerkrachten en een vertegenwoordiger van de directie.


9. Meer informatie

Op www.Dalton.nl kunt u algemene informatie over het Daltononderwijs vinden.
Ook op de website van basisschool ’t Nokkenwiel www.opa.nl kunt u informatie vinden over Dalton.
U kunt daar tevens uw specifieke vragen over de ontwikkeling van Dalton op onze school stellen.
 

Home Page | 'tNokkenwiel | Het Palet | Nieuwbouw | Links | Kinderpagina | Contact | Site Map


Sub-Menu:


Back to content | Back to main menu